Belanghebbende, X, heeft als gedupeerde in de kinderopvangtoeslagaffaire een herstelmaatregel ontvangen van minimaal € 30.000. In geschil is of de ontvanger op 1 december 2023 terecht kwijtschelding van omzetbelastingschulden heeft geweigerd vanwege ernstig verwijtbaar handelen. X is op 4 oktober 2018 door de politierechter veroordeeld voor het opzettelijk niet betalen van omzetbelasting. Hof ’s-Hertogenbosch verklaart in hoger beroep op 13 april 2021 het OM niet ontvankelijk, maar na cassatie wordt X op 22 april 2024 alsnog veroordeeld voor het opzettelijk niet betalen van omzetbelasting. Het hof legt geen straf op.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de ontvanger terecht geen kwijtschelding heeft verleend voor omzetbelastingschulden van een slachtoffer van de toeslagenaffaire. X heeft door het opzettelijk niet betalen van de belasting die op de aangiften omzetbelasting moest worden voldaan ernstig verwijtbaar gehandeld in de zin van art. 26a lid 5 IW 1990. Dat op het moment van het primaire besluit het hof het OM nog niet ontvankelijk had verklaard, maakt dit niet anders. De veroordeling stond niet onherroepelijk vast en de ontvanger mocht nog steeds uitgaan van ernstig verwijtbaar handelen. Het beroep van X is ongegrond.
Wetingang:
Invorderingswet 1990 artikel 26A
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Invordering
Editie: 1 september
Informatiesoort: VN Vandaag