X is enig aandeelhouder en bestuurder van A BV. A BV houdt aandelen in onder meer B BV en C BV. Na het faillissement van B BV spreekt de curator X, A BV en C BV aan op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. Partijen komen een schikking overeen van € 150.000. Op 8 mei 2018 betaalt X in dat kader € 28.661 aan de curator. A BV gaat op 1 december 2020 failliet. X brengt de betaling van € 28.661 in zijn aangifte IB/PVV 2020 in aftrek als kosten terbeschikkingstelling. De inspecteur corrigeert deze aftrekpost en stelt het belastbaar inkomen uit werk en woning vast op € 51.427. In geschil is of X de in 2018 verrichte betaling uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid in 2020 in aftrek kan brengen als negatief loon dan wel als afwaardering van een regresvordering.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat X een betaling uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid in 2018, en niet in 2020, als negatief loon in aftrek kan brengen. Aftrek van negatief loon vindt plaats in het jaar van betaling, zijnde 2018. X kan dit niet alsnog in 2020 in aftrek brengen. Het voorgaande is anders indien de betaling van het negatief loon ertoe heeft geleid dat X een regresvordering op A BV heeft gekregen die hij in 2020 tot nihil zou kunnen afwaarderen. X heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Uit geen enkel stuk blijkt dat X meer heeft betaald dan waarvoor hij in privé aansprakelijk is. Het bestaan van een regresvordering blijkt ook niet uit de VPB-aangiften van A BV of de IB/PVV-aangiften van X. Het vergeten van aftrek in 2018 vormt geen juridische grondslag voor aftrek in 2020. X' beroep is ongegrond.
Wetingang:
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 10
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 12A
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.147
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Invordering, Inkomstenbelasting, Loonbelasting
Editie: 5 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag
Focus: Focus