X heeft als adviseur/consultant/auteur een eenmanszaak. Zijn omzet bedraagt in 2020 € 7855. De inspecteur corrigeert het ondernemingsvermogen van 2020 vanwege overtollige liquiditeiten. De inspecteur rekent € 165.000 als werkkapitaal van de eenmanszaak, conform de uitspraak van Hof Den Haag voor 2018 (zie V-N 2024/2.1.1), wat leidt tot een vermogenstoename in box 3 van € 286.051. Daarnaast corrigeert de inspecteur onder andere de zelfstandigenaftrek. X gaat in beroep.
Rechtbank Den Haag oordeelt dat de aanslag tijdig is opgelegd, omdat X niet aannemelijk maakt dat de uitstelbrief tot 1 september 2021 voor het doen van de aangifte voor 2020 niet door hem is ontvangen. De overbrenging van de overtollige liquiditeiten is in 2018 verwerkt als een privé-onttrekking per eind 2017, wat ook doorwerkt naar 2020. Er wordt voor het overige uitgegaan van de door X verstrekte gegevens in zijn beginbalans. X maakt niet aannemelijk dat hij aan het urencriterium voldoet en heeft geen recht op de zelfstandigenaftrek. Het inkomen van box 1 wordt vastgesteld op € 2276 en die van box 3 op € 2952. Het beroep van X is gegrond.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 11
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.25
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.75
Instantie: Rechtbank Den Haag
Rubriek: Inkomstenbelasting
Editie: 5 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag