X BV dient de aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2024 niet tijdig in. De bestuurder maakt de aangifte aan, betaalt het verschuldigde bedrag, maar verzendt de aangifte niet. Nadat de inspecteur een naheffingsaanslag en verzuimboeten oplegt, ontvangt hij alsnog de aangifte. De inspecteur vermindert de betaalverzuimboete tot nihil, maar handhaaft de aangifteverzuimboete. X BV maakt bezwaar. In geschil is of de inspecteur algemene beginselen van behoorlijk bestuur schendt en of de aangifteverzuimboete terecht is opgelegd.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur de algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet schendt, omdat de summiere motivering van de uitspraak op bezwaar aansluit bij de eveneens summiere bezwaargronden. De aangifteverzuimboete legt de inspecteur terecht op, nu geen sprake is van afwezigheid van alle schuld. De rechtbank vermindert de boete echter tot nihil, omdat X BV de verschuldigde belasting tijdig betaalt, de aangifte tijdig aanmaakt en invult, en het een eerste verzuim betreft. Gelet op het doel van de boete acht de rechtbank handhaving niet passend.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 10
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 19
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 27H
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 28
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67B
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67C
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 5 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag