De Hoge Raad oordeelt dat de EHRM-rechtspraak niet eist dat de nationale compensatiebedragen bij overschrijding van de redelijke termijn gelijk zijn aan die van het EHRM zelf.

In een procedure over een BPM-naheffingsaanslag kent Rechtbank Den Haag X een ISV toe van € 500. X stelt in hoger beroep en cassatie dat jurisprudentie van het EHRM recht geeft op een vergoeding van € 1500 of meer voor ieder jaar dat de procedure duurt.

De Hoge Raad oordeelt dat de EHRM-rechtspraak niet eist dat de nationale compensatiebedragen bij overschrijding van de redelijke termijn gelijk zijn aan die van het EHRM zelf. Lidstaten hebben ruimte om hun eigen regels te hanteren, zolang het gelijkwaardigheids- en doeltreffendheidsbeginsel niet worden geschonden. De Nederlandse ISV-systematiek is volgens de Hoge Raad in overeenstemming met de rechtspraak van het EHRM. Het algemene uitgangspunt dat de redelijke termijn in eerste aanleg twee jaar is, is verenigbaar met art. 47 Handvest mits de rechter gemotiveerd hiervan kan afwijken (vgl. HR. 12 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:915, V-N 2026/28.15, ro. 3.5.2 t/m 3.5.4 en r.o. 3.6.1). De rechtspraak van zowel het HvJ EU als het EHRM biedt ook ruimte voor het hanteren van een vast tarief van € 500 per half jaar termijnoverschrijding met een bagatelgrens van € 1000 bij overschrijdingen van hooguit 12 maanden en de mogelijkheid om bij uitzonderlijke gevallen een hogere vergoeding toe te kennen. Verder oordeelt de Hoge Raad dat het Unierecht niet eist dat een belanghebbende altijd mondeling wordt gehoord voorafgaand aan het opleggen van een naheffingsaanslag. Als een belanghebbende is uitgenodigd om schriftelijk te reageren en hij, zonder daarover te hebben geklaagd, in redelijkheid van die mogelijkheid gebruik heeft kunnen maken, is dat voldoende. Nu X die schriftelijke gelegenheid heeft gehad, en hiervan zonder een reden te geven geen gebruik heeft gemaakt, heeft de inspecteur het verdedigingsbeginsel niet geschonden. Het cassatieberoep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden artikel 6

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 21 september

Informatiesoort: VN Vandaag

11

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen