Uitgangspunt is dat een ANBI verantwoordelijk blijft voor het aannemelijk maken dat haar middelen overeenkomstig de eigen algemeen nut doelstelling worden besteed. Indien de ontvanger eveneens een ANBI is, is die besteding volgens de Belastingdienst in beginsel voldoende gewaarborgd. Dit geldt ook voor steunstichtingen, zoals een ‘Vrienden van’-stichting. De steunverlenende ANBI dient de ANBI-status van de ontvanger wel te verifiëren en bij langdurige ondersteuning periodiek te controleren.
Ook steun aan organisaties zonder ANBI-status is mogelijk. In dat geval moet de ANBI aannemelijk maken dat de bijdrage in lijn met haar doelstelling wordt besteed. De handreiking noemt daarbij verschillende relevante omstandigheden, waaronder voorafgaand onderzoek naar de ontvanger, schriftelijke vastlegging van bestedingsafspraken, periodieke informatieverstrekking en aanvullende controle bij omvangrijke bijdragen. De Belastingdienst benadrukt dat deze omstandigheden geen verplicht of limitatief toetsingskader vormen, maar voorbeelden die kunnen bijdragen aan de vereiste onderbouwing.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 5B
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Regelgevende instantie: Belastingdienst
Editie: 18 september
Informatiesoort: VN Vandaag