X staat een gedeelte van 2017 ingeschreven op een adres in Nederland. De inspecteur legt drie naheffingsaanslagen omzetbelasting op over 2017 met boetebeschikkingen. X schrijft zich uit de Basisregistratie Personen zonder nieuw adres door te geven, beëindigt zijn eenmanszaak en richt een BV op waarbij hij het Nederlandse adres opgeeft. X verblijft in die periode gedeeltelijk in Polen en stelt te kampen met ernstige mentale problemen. De inspecteur ontvangt het bezwaarschrift ruimschoots buiten de bezwaartermijn en verklaart de bezwaren niet-ontvankelijk.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen op voorgeschreven wijze bekend zijn gemaakt. De inspecteur mag uitgaan van het ingeschreven adres, respectievelijk het laatst bekende adres, dat ook het adres van de vennootschap van X in het handelsregister is. De rechtbank gelooft dat X in 2017 gedeeltelijk in Polen verblijft en mentale problemen heeft, maar stelt vast dat X in diezelfde periode wel administratieve handelingen verricht, zoals de oprichting van een BV. De termijnoverschrijding is niet verschoonbaar.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.11
Algemene wet bestuursrecht artikel 3.41
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Invordering, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 17 september
Informatiesoort: VN Vandaag