X heeft een deel van zijn carrière als hoogleraar gewerkt in Duitsland. Vanaf 2014 ontvangt hij daarom, naast zijn AOW-uitkering en ABP-pensioen, een Duits ambtenarenpensioen en een Duitse Altersrente. In zijn IB-aangiften geeft hij de nettobedragen van zijn Duitse pensioenen op. De inspecteur corrigeert dat en neemt de bruto bedragen van de Duitse pensioenen mee. Wel verleent hij voor de Duitse pensioenen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de IB-(navorderings)aanslagen eerder te laag dan te hoog zijn vastgesteld, omdat de inspecteur de Duitse pensioenen van X ten onrechte heeft vrijgesteld. Zowel het Duitse ambtenarenpensioen als de Duitse Altersrente zijn aan te merken als loon uit vroegere dienstbetrekking in de zin van art. 3:82 onderdeel b Wet IB 2001. Wel valt een deel van de Altersrente in box 3, omdat de bijdragen een aantal jaren niet aftrekbaar waren in Duitsland. Het gelijk is aan de inspecteur.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.82
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Inkomstenbelasting, Internationaal belastingrecht, Loonbelasting
Editie: 17 september
Informatiesoort: VN Vandaag