Wie vraagtekens plaatst bij een hogere belasting op vermogen, krijgt al snel te horen dat de oogkleppen af moeten. 1 Zeker belangenbehartigers van ondernemers zouden alleen het belang van hun achterban willen zien. Maar bij box 2 is het precies andersom. Juist de critici kijken door een statistisch rietje en missen daardoor een groot deel van de belastingheffing.
In dagbladen 2 en ambtelijke rapporten 3 zien we dit beeld steeds terug. Sommige opiniemakers en politici presenteren vervolgens met grote morele stelligheid hun pleidooi voor een zwaardere belasting in box 2. Dat is best te begrijpen als je uitsluitend naar de statistiek ‘belastingdruk op vermogen van huishoudens’ kijkt.
Maar de foto is halverwege afgeknipt. De volledige waarde van het aanmerkelijk belang wordt opgeteld bij het vermogen van het huishouden, maar de vennootschapsbelasting (Vpb) over de winsten van de bv blijft buiten beeld. Voilà: daar verschijnt de schatrijke, laagbelaste ondernemer. Statistieken liegen niet, maar met een zorgvuldig gekozen teller, noemer en afbakening kun je ze bijna alles laten vertellen.
Eén winst, twee heffingen
Ondernemingswinst wordt bij een bv in twee stappen belast. Eerst betaalt de bv vennootschapsbelasting. Daarna wordt box 2 geheven wanneer de resterende winst als dividend aan de aanmerkelijkbelanghouder wordt uitgekeerd.
In 2026 bedraagt het Vpb-tarief 19 procent over de eerste € 200.000 belastbare winst en 25,8 procent over het meerdere. Box 2 kent eveneens twee schijven: 24,5 procent over de eerste € 68.843 aan inkomen uit aanmerkelijk belang en 31 procent over het meerdere.
De schijfgrenzen en heffingsmomenten lopen niet gelijk. Het exacte gecombineerde tarief hangt daarom af van de omstandigheden. Twee gestileerde berekeningen laten het effect van de lage en hoge tarieven echter goed zien.
Bij toepassing van beide lage tarieven resteert van 100 euro winst na 19 procent Vpb nog 81 euro. Daarover wordt bij uitkering 24,5 procent box 2 geheven, oftewel 19,85 euro. De totale heffing bedraagt dan afgerond 38,85 euro: een gecombineerd tarief van 38,8 procent.
Bij toepassing van beide hoge tarieven wordt eerst 25,80 euro Vpb betaald. Over de resterende 74,20 euro volgt bij uitkering ongeveer 23 euro box 2-heffing. Van de oorspronkelijke 100 euro houdt de aandeelhouder ongeveer 51,20 euro over. Het gecombineerde statutaire toptarief bedraagt daarmee 48,8 procent.
Dat is vrijwel gelijk aan het hoogste tarief van 49,5 procent op arbeidsinkomen. Het ligt bovendien aanzienlijk boven de gemiddelde maximale gecombineerde heffing van 39,2 procent in de 29 Europese landen die Tax Foundation heeft onderzocht op basis van OESO-gegevens 4. Het gaat daarbij om de Integrated Rate on Corporate Income (Dividends): de gecombineerde maximale druk van de winstbelasting bij de vennootschap en de belasting bij uitkering aan de aandeelhouder.
De aandelenwaarde bij het huishouden, de Vpb bij de bv
Het CBS rekent de waarde van een aanmerkelijk belang in een bv tot het vermogen van het huishouden van de aandeelhouder. 5 Bij het bepalen van de belastingdruk van huishoudens telt het de betaalde inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen mee. De betaalde box 2-heffing maakt daarvan deel uit, maar de door de bv betaalde Vpb niet. 6
Beide keuzes zijn afzonderlijk methodologisch te verklaren. De aandelen behoren toe aan de aandeelhouder, terwijl de Vpb juridisch wordt betaald door de vennootschap. In de statistieken staat de aandelenwaarde daarom bij het huishouden en de Vpb bij de bedrijvensector.
Het probleem ontstaat wanneer deze cijfers in ambtelijke rapporten, dagbladen en het politieke debat naast elkaar worden gezet om de belastingdruk op het box 2-vermogen of het rendement daarop te beoordelen. 7 Daarvoor zijn huishoudstatistieken zonder aanvullende berekening niet geschikt. Een statistisch verdedigbare sectorindeling verandert dan ongemerkt in een politieke conclusie over laagbelaste ondernemers.
Het beeld wordt nog schever wanneer het volledige opgebouwde bv-vermogen wordt afgezet tegen de box 2-heffing over het in één jaar uitgekeerde dividend. Dan wordt het totale vermogen vergeleken met de belasting over slechts het uitgekeerde deel van de winst. Dat levert vanzelf een laag percentage op. Over de winsten waarmee het vermogen is opgebouwd, heeft de bv ondertussen wel degelijk Vpb betaald.
Ingehouden winst is geen fiscale truc
Bovendien wordt lang niet alle winst uitgekeerd. En dat is maar goed ook. Nederland telt bijna 300.000 familiebedrijven, goed voor bijna 2,8 miljoen werknemersbanen. 8 Veel familiebedrijven voeren bewust een sober dividendbeleid. Zij houden winst binnen de onderneming om te investeren, buffers op te bouwen en tegenvallers op te vangen.
Onderzoek van SEO Economisch Onderzoek laat zien dat familiebedrijven dan ook een relatief hoge liquiditeit en solvabiliteit kennen en daardoor economische schommelingen beter kunnen dempen. 9 Financieel gezonde ondernemingen kunnen langer blijven investeren, werkgelegenheid behouden en economische tegenwind beter opvangen. Dat het vermogen in box 2 hierdoor groeit, moeten we niet automatisch met argwaan bekijken. Dat vermogen ligt immers niet naast het privézwembad van de aandeelhouder. Het zit in gebouwen, machines, voorraden en werkkapitaal.
Er zit ook vermogen in box 2 dat bewust wordt aangehouden om pas later uit te keren. Dat uitstel van box 2-heffing heeft economische waarde en mag kritisch worden besproken. Belastingheffing op een later moment is echter geen fiscale anomalie: ook werknemers bouwen volgens de omkeerregel pensioenvermogen op waarover pas bij de latere uitkering belasting wordt geheven. De regelingen zijn niet hetzelfde, maar in beide gevallen geldt dat uitstel geen vrijstelling is. Ook kritiek op het lenen van de eigen bv kan legitiem zijn. De wetgever belast het bovenmatige deel van schulden boven € 500.000, behoudens de wettelijke uitzondering voor bepaalde eigenwoningschulden, al als fictief regulier voordeel in box 2. Wie die mogelijkheid verder wil beperken, moet dat concreet bepleiten in plaats van honderdduizenden ondernemers en familiebedrijven weg te zetten als bewoners van een pretbox.
Ook bij inkomen wordt selectief gekeken
Dezelfde selectiviteit in afbakening en begripskeuze zien we bij het meten van inkomensongelijkheid. Het CPB rekent niet-uitgekeerde winst na Vpb toe aan het persoonlijke inkomen van de aandeelhouder. De latente box 2-claim die op die winst rust, wordt niet gelijktijdig als belasting meegenomen. 10
Ook hiervoor bestaat een methodologische verklaring: zolang geen dividend wordt uitgekeerd, is nog geen box 2-heffing verschuldigd. Maar het resultaat van de gekozen definities blijft hetzelfde. De ondernemer verschijnt in de statistiek met een hoog persoonlijk inkomen en een relatief lage belastingdruk. De laagbelaste ondernemer zit daarmee voor een belangrijk deel al in het gekozen inkomensbegrip ingebakken.
Toon de hele belastingketen
Wie werkelijk wil weten of ondernemers hun fair share betalen, moet de hele belastingketen tonen: de winst vóór belasting, de betaalde Vpb, het uitgekeerde dividend en de betaalde of nog uitgestelde box 2-heffing.
Belastinguitstel, lenen uit de eigen bv en oneigenlijke constructies mogen kritisch worden besproken. Maar doe dat gericht en met het volledige fiscale plaatje op tafel. Gebruik geen statistiek waarin het ondernemingsvermogen volledig bij de aandeelhouder wordt neergelegd, terwijl een belangrijk deel van de belastingheffing bij de bv achterblijft.
Box 2 is geen pretbox. Wie het ondernemingsvermogen wel ziet en de Vpb over de winsten van de onderneming niet, kan zich beter eerst afvragen wie hier werkelijk de oogkleppen op heeft.
---------------------------
1 Mogen de oogkleppen af bij de discussie over belasting op inkomsten uit vermogen? - NRC
2 Ruime steun voor vermogensbelasting, ook bij rechtse Nederlanders | Trouw
3 De hoogste bomen vangen minder wind: belastingdruk op inkomens en vermogens | CPB Website
4 Integrated Tax Rates on Corporate Income in Europe, 2025
5 Aanvullende onderzoeksbeschrijving Vermogensstatistiek van huishoudens (vanaf 2006) | CBS
6 Belastingdruk huishoudens gedaald van 15 naar 12 procent sinds 2011 | CBS
7 Waarom belasten we arbeid zwaarder dan kapitaal? Economen vinden het niet meer in balans | Trouw
8 Familiebedrijven in Nederland, 2023-2024 | CBS
9 De maatschappelijke bijdrage van familiebedrijven in beeld - SEO Economisch Onderzoek
10 Een andere definitie van inkomen creëert de laagbelaste ondernemer
Informatiesoort: Column