De kabinetsreactie op het CPB-rapport legt een fundamenteel verschil bloot tussen het CPB, het CBS en het belastingstelsel.

Onlangs heeft staatssecretaris Eelco Eerenberg namens het kabinet de Kamervragen beantwoord over het CPB-rapport De hoogste bomen vangen minder wind. Die beantwoording bevat een opmerkelijke passage die in de berichtgeving grotendeels onderbelicht is gebleven.

Het kabinet schrijft:

"Volgens de inkomensstatistieken van het CBS maken winsten van ondernemingen deel uit van het inkomen van aanmerkelijkbelanghouders op het moment dat ze uitgekeerd worden. Dat is tevens het moment dat ze worden belast in box 2."

Het CPB kiest echter anders. Volgens het CPB betalen ondernemers met een aanmerkelijk belang relatief minder belasting dan de middenklasse. Die conclusie haalde vrijwel alle kranten en werd direct gebruikt als argument voor hogere belastingen op ondernemers en ondernemingsvermogen.

Maar uit de beantwoording van het kabinet blijkt dat het CPB voor die conclusie een andere definitie van inkomen hanteert dan zowel het CBS als het Nederlandse belastingstelsel.

Een ander inkomensbegrip dan het CBS

Volgens het CBS én het belastingstelsel ontstaat inkomen uit een aanmerkelijk belang pas bij uitkering van winst. Het CPB behandelt ingehouden winsten echter al eerder als inkomen. Ingehouden winsten worden al als persoonlijk inkomen van ondernemers beschouwd, ondanks dat die winsten binnen de onderneming blijven. Tegelijkertijd blijft de toekomstige box 2-heffing die pas bij uitkering verschuldigd wordt volledig buiten beschouwing. De winst wordt dus wel alvast als inkomen aan de ondernemer toegerekend, terwijl de belasting die daar later tegenover staat nog niet wordt meegenomen.

Het kabinet benoemt die afwijking ook expliciet. In dezelfde beantwoording staat dat het CPB ingehouden winsten meetelt als inkomen en dat daardoor de belastingdruk van de top 1 procent lager uitvalt dan wanneer wordt aangesloten bij de fiscale inkomensgrondslag.

De gekozen definitie bepaalt de uitkomst

Daarmee ontstaat een ongemakkelijke situatie. Een vooraf gemaakte definitiekeuze wordt gepresenteerd als een objectieve conclusie over de belastingafdrachten van ondernemers. Dat beeld heeft vervolgens direct zijn weg gevonden naar het publieke debat. De discussie gaat daarom niet alleen over belastingtarieven, maar ook over de vraag wanneer winst inkomen wordt. Volgens het CBS en het belastingstelsel gebeurt dat bij uitkering. Volgens het CPB eerder. Die keuze is bepalend voor de uitkomst van het onderzoek. Wanneer een ondernemer inkomen krijgt toegerekend dat volgens het CBS en het belastingstelsel nog geen inkomen is, wordt het onvermijdelijk dat de belastingdruk lager uitvalt.

Solvabiliteit is geen belastingontwijking

Opmerkelijk is bovendien dat het kabinet nog een tweede belangrijke kanttekening plaatst. Volgens Eerenberg zijn er vaak goede bedrijfseconomische redenen om winsten niet uit te keren. Investeringen, liquiditeitsreserves en solvabiliteit worden expliciet genoemd. Sterker nog, het kabinet merkt op dat een deel van deze winsten mogelijk nooit aan aandeelhouders zal worden uitgekeerd.

Dat is een relevante constatering. De afgelopen jaren hebben laten zien hoe belangrijk financieel gezonde ondernemingen zijn. Bedrijven met sterke balansen konden personeel behouden, blijven investeren en economische tegenwind opvangen. Dat geldt in het bijzonder voor veel familiebedrijven, die traditioneel terughoudend zijn met dividenduitkeringen.

Toch behandelt het CPB deze ingehouden winsten alsof zij feitelijk beschikbaar zijn voor privéconsumptie.
De afgelopen jaren is ondernemers juist verweten dat zij te veel oog zouden hebben voor aandeelhouderswaarde en te weinig voor de lange termijn. Maar wanneer ondernemers vervolgens winst binnen hun onderneming houden om te investeren en buffers op te bouwen, wordt dat in deze systematiek juist gebruikt als argument dat zij relatief weinig belasting betalen.

Met name vanuit linkse politieke hoek klinkt regelmatig kritiek op private-equityconstructies waarbij zoveel mogelijk middelen aan ondernemingen worden onttrokken ten gunste van aandeelhouders. Waarom zouden ondernemers dan worden bekritiseerd wanneer zij juist het tegenovergestelde doen en winst binnen de onderneming laten om de continuïteit van hun bedrijf te versterken?

Een kritische discussie over belastingdruk is gezond. Maar wanneer een onderzoeksinstituut afwijkt van zowel het CBS als het belastingstelsel, mag ook die keuze zelf onderwerp van debat zijn. Zeker wanneer diezelfde keuze ondernemers in het publieke debat neerzet als een groep die onvoldoende bijdraagt aan de samenleving.

Ondernemers worden zo niet afgerekend op het inkomen dat zij daadwerkelijk ontvangen, maar op inkomen dat een onderzoeksinstituut besluit alvast aan hen toe te rekenen. Dat verdient minstens zoveel discussie als de conclusie die daar vervolgens uit voortvloeit.

Informatiesoort: Column

Rubriek: Belastingrecht algemeen

40

Gerelateerde artikelen