De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen verduidelijkt dat een Schots co-invest fonds en een carried interest fonds, die deel uitmaken van een grotere investeringsgroepsstructuur, kunnen worden aangemerkt als een beleggingsfonds in de zin van art. 1:1 Wft. Als ook aan de overige wettelijke voorwaarden wordt voldaan, kunnen deze fondsen daardoor kwalificeren als fonds voor gemene rekening (FGR) voor de toepassing van art. 2 lid 4 Wet VPB 1969.

Aanleiding vormt de beoordeling van twee in Schotland gevestigde Private Fund Limited Partnerships (PFLP’s) die functioneren naast een groter investeringsfonds. Sinds de invoering van de nieuwe FGR-definitie per 1 januari 2025 is vereist dat sprake is van een beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in de Wft. De vraag is of een buiten de Europese Unie gevestigd Schots fonds aan die voorwaarde kan voldoen.

De Kennisgroep beantwoordt die vraag bevestigend. Daarbij is van belang dat het Verenigd Koninkrijk de AIFM-richtlijn vóór de Brexit heeft geïmplementeerd. In Schotland houdt de Financial Conduct Authority (FCA) toezicht op fondsbeheerders op een wijze die vergelijkbaar is met het Nederlandse toezicht door de AFM. Daardoor is het aannemelijk dat een Schots fonds met een door de FCA vergunde beheerder kan worden aangemerkt als een beleggingsfonds in de zin van art. 1:1 Wft.

Wetingang:

Wet op de dividendbelasting 1965 artikel 1

Wet bronbelasting 2021 artikel 1.2

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 1A

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 2

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 1.11

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 2.14BIS

[Nieuwsbron]

Rubriek: Bronbelasting, Inkomstenbelasting, Vennootschapsbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 3 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

7

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen