X richt in 1986 Stichting X op en is daarvan bestuurder. Bij beschikking van 14 mei 2013 verliest Stichting X haar ANBI-status per 1 mei 2011. In de aangiften IB/PVV 2017, 2018 en 2019 brengt X jaarlijks € 523.419 als gift aan Stichting X in aftrek, inclusief een verhoging voor culturele instellingen van € 1250. Voor 2021 claimt X € 1.912.432 als restant persoonsgebonden aftrek. In box 3 geeft X over alle jaren schulden op die de bezittingen overtreffen, waaronder schulden aan Stichting X en aan een derde. De inspecteur stelt alle aanslagen vast op nihil en weigert de giftenaftrek en de vaststelling van hogere schulden.
In geschil is of X recht heeft op giftenaftrek voor betalingen aan Stichting X en of het belastbare inkomen uit sparen en beleggen 2017 tot en met 2021 juist op nihil is vastgesteld.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X niet voldoet aan de wettelijke vereisten voor giftenaftrek. Er bestaat geen schriftelijk stuk of betalingsbewijs dat de gestelde giften aan Stichting X onderbouwt. Bovendien is Stichting X in 2017 tot en met 2019 geen ANBI, vereniging of steunstichting SBBI, zodat betalingen aan deze stichting ook daarom niet als gift aftrekbaar zijn. Voor 2021 maakt X niet aannemelijk dat een restant persoonsgebonden aftrek bestaat. Ten aanzien van box 3 oordeelt het hof dat de rendementsgrondslag negatief is en het belastbare inkomen uit sparen en beleggen terecht op nihil is vastgesteld. Een waardevaststelling van de afzonderlijke vermogensbestanddelen is dan niet aan de orde.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 5B
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Inkomstenbelasting
Editie: 3 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag