De titel van deze column is ook de zinspreuk van mijn vroegere studentenvereniging; in het licht wordt alles duidelijk.
Toegeschreven aan Sint Laurentius kan dat licht verschillende betekenissen hebben. Voor mij persoonlijk is het nog steeds een inspiratiebron om te streven naar zoveel mogelijk transparantie. Niet omdat volledige openbaarheid elk probleem oplost, maar wat niet bekend is kan ook niet worden meegewogen. Probleem is dat soms niet bekend is wat onbekend is.
Dat idee ligt bijvoorbeeld ten grondslag aan art. 8:42 Awb. In bestuursrechtelijke procedures moet het bestuursorgaan de op de zaak betrekking hebbende stukken overleggen. Deze vorm van disclosure dient niet alleen de equality of arms, maar maakt ook controle mogelijk op de besluitvorming van het bestuur.
Diezelfde gedachte zou mijns inziens ook moeten gelden voor rechterlijke uitspraken. Uitspraken in het belastingrecht zijn in beginsel openbaar. In de praktijk wordt echter slechts een deel van alle uitspraken gepubliceerd.
De Rechtspraak heeft de ambitie uitgesproken om alle uitspraken te publiceren, tenzij er een reden is om dat niet te doen (www.rechtspraak.nl/uitspraken/meer-en-verantwoord-publiceren). Op dit moment staan op rechtspraak.nl ongeveer 943.000 uitspraken. Jaarlijks worden circa 475.000 uitspraken met een maatwerkmotivering gedaan, waarvan er ongeveer 90.000 worden gepubliceerd. Dat aantal groeit jaarlijks met ongeveer 10%, maar in dat tempo duurt het dus nog meer dan zeventien jaar voordat alle uitspraken zouden zijn gepubliceerd. Een tijdpad dat onwezenlijk overkomt in het tijdperk van AI en de wijze waarop data nu kunnen worden verwerkt.
Bovendien verschilt het aantal publicaties sterk per instantie en vermoedelijk ook per rechtsgebied. Binnen mijn eigen vakgebied levert de zoekterm WOZ binnen het bestuursrecht iets meer dan 10.000 rechtbankuitspraken op. Daarvan zijn er ongeveer 2700 afkomstig van Rechtbank Midden-Nederland en 2400 van Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Twee van de elf rechtbanken zijn daarmee goed voor meer dan de helft van de gepubliceerde uitspraken. Rechtbank Amsterdam blijft daarentegen steken op iets meer dan 400 gepubliceerde zaken en Rechtbank Rotterdam komt net boven de 500.
Deze verschillen zijn opmerkelijk, maar zonder inzicht in de totalen helaas niet verder te verklaren. De gehanteerde publicatiecriteria spelen ongetwijfeld een rol. Het streven van de rechtspraak is om vooral de ‘juridisch en maatschappelijk relevante’ uitspraken te publiceren. Dat klinkt redelijk, maar ook die selectie is dus niet controleerbaar. Het staat bovendien op gespannen voet met voormelde ambitie. Na het lezen van veel uitspraken leeft bij mij daarnaast het gevoel dat sommige rechtbanken ook met name de eenvoudige niet-ontvankelijkverklaringen publiceren, bijvoorbeeld als gevolg van het niet betalen van het griffierecht. Ik heb daar overigens alleen problemen mee als de juiste rubricering of inhoudsopgave niet aanwezig is.
Ik zou echter wel graag in de gelegenheid worden gesteld om alle uitspraken te analyseren. Nu AI pseudonimisering kan ondersteunen, lijkt bredere publicatie haalbaarder dan ooit. Ook de rechtspraak verdient meer licht.
Informatiesoort: Uitvergroot
Rubriek: Belastingrecht algemeen