X is sinds 2004 eigenaar van een rijksmonumentenpand dat als eigen woning dient. X sluit twee hypothecaire leningen af bij het Nationaal Restauratiefonds ter financiering van restauratiewerkzaamheden. In zijn aangiften IB/PVV 2019 tot en met 2022 brengt X de rente op deze leningen in aftrek als kosten voor de eigen woning. De inspecteur past bij het opleggen van de aanslagen de tariefsaanpassing van art. 2.10 lid 2 Wet IB 2001 toe op deze renteaftrek. In geschil is of de tariefsaanpassing voor de aftrek van kosten voor de eigen woning mag worden toegepast op rente betaald op leningen aangegaan voor restauratie van een monumentenpand.
Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat betaalde rente niet als onderhoudskosten van een monumentenpand kan worden aangemerkt. De grondslag voor de aftrekbaarheid van de rente op de leningen bij het Nationaal Restauratiefonds ligt in het feit dat het om een eigenwoningschuld gaat. De wet kent geen uitzonderingsbepaling voor rente op leningen die specifiek zijn aangegaan voor onderhoud of restauratie van monumentenpanden. Dat dit deel van de eigenwoningschuld specifiek voor restauratie van een monumentenpand is aangegaan, maakt dat niet anders. De rechtbank ziet evenmin bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat de wettelijke aftrekbeperking buiten toepassing blijft. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 2.10
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.120
Instantie: Rechtbank Noord-Nederland
Rubriek: Inkomstenbelasting
Editie: 18 september
Informatiesoort: VN Vandaag