Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur de herwaardering van de voorraad naar actuele inkoopprijzen terecht tot de fiscale winst heeft gerekend. De rechtbank acht de schatting ook redelijk, omdat de inspecteur bij de navordering is uitgegaan van bescheiden van X.

X drijft in VOF-verband met zijn broer een handel in auto-onderdelen en accessoires van auto’s uit de Verenigde Staten. Omdat X, ook na aanmaning, geen IB-aangifte inlevert, legt de inspecteur een ambtshalve aanslag op. X maakt bezwaar en dient vervolgens alsnog een aangifte in. Naar aanleiding van deze aangifte legt de inspecteur een navorderingsaanslag op aan X. Uit de aangifte blijkt namelijk dat een herwaardering van de voorraad heeft plaatsgevonden in verband met sterk gestegen prijzen en dat dit is verwerkt in het kapitaal. De inspecteur is van mening dat dit niet mogelijk is en dat een winstcorrectie moet plaatsvinden.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur de herwaardering van de voorraad naar actuele inkoopprijzen terecht tot de fiscale winst over 2019 heeft gerekend. De rechtbank acht de schatting ook redelijk, omdat de inspecteur bij de navordering is uitgegaan van bescheiden van X. De rechtbank overweegt dat de inspecteur de bewijslast terecht heeft omgekeerd en verzwaard, omdat X geen aangifte heeft ingediend, en dat X niet overtuigend aantoont dat en in hoeverre de uitspraken op bezwaar van de inspecteur onjuist zijn. Hetgeen X daartoe aanvoert is onvoldoende. De aanslag blijft in stand.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.8

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.25

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 27E

Instantie: Rechtbank Gelderland

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting

Editie: 18 september

Informatiesoort: VN Vandaag

10

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen