X gaat in cassatie tegen een uitspraak van Hof Amsterdam. De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet ambtshalve de door de rechtbank toegepaste wegingsfactor 1 mocht verlagen naar 0,5. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond (HR 5 juni 2026, V-N 2026/27.15) maar houdt de zaak aan om X in de gelegenheid te stellen te bewijzen dat zijn gemachtigde een bijzonder geval is als bedoeld in HR 17 januari 2025, V-N 2025/5.27. Als hiervan sprake is, dan valt X buiten de reikwijdte van de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en BPM en komt hij in aanmerking voor de reguliere proceskostenvergoeding.
De Hoge Raad oordeelt dat het ontbreken van standaard tekstblokken in processtukken onvoldoende bewijs is om aan te nemen dat een gemachtigde niet werkt volgens het no cure no pay model als bedoeld in HR 17 januari 2025, V-N 2025/5.27. De Hoge Raad oordeelde dat de verlaagde proceskostenvergoeding in WOZ- en BPM-zaken ( WHpkv) niet geldt als bewezen wordt dat de gemachtigde niet voldoet aan de volgende drie kenmerken: 1) optreden op basis van no cure no pay, 2) verplichte afdracht vergoedingen aan gemachtigde en 3) vergaande overdekking. Er is dan sprake van een bijzonder geval. Het gebruik van standaard tekstblokken is een aanwijzing dat het derde kenmerk aanwezig is. De Hoge Raad verduidelijkt nu dat het niet gebruiken van standaard tekstblokken door een gemachtigde onvoldoende bewijs is dat het kenmerk van vergaande overdekking ontbreekt. X heeft geen gegevens verstrekt waaruit blijkt dat zijn gemachtigde één van de drie kenmerken mist. Voor zover X stelt dat slechts een deel van de werkzaamheden op basis van no cure no pay wordt verricht, baat hem dat niet. De Hoge Raad merkt op dat alleen dat deel moet worden beoordeeld, maar X heeft hierover geen gegevens verstrekt. Dat betekent dat de gemachtigde van X geen bijzonder geval is en dus wordt proceskostenvergoeding berekend met de vermenigvuldigingsfactor 0,10 uit art. 30a Wet WOZ.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 7.15
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.75
Wet waardering onroerende zaken artikel 30A
Instantie: Hoge Raad
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 21 september
Informatiesoort: VN Vandaag