Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de PGB-inkomsten die X ontvangt voor de verrichte zorgwerkzaamheden aan zijn buurvrouw geen winst uit onderneming vormen maar resultaat uit overige werkzaamheden. Er is geen sprake van samenhang tussen de zorgactiviteiten en de handelsonderneming.

X drijft sinds 2002 een eenmanszaak gericht op in- en verkoop van auto's, vrachtwagens en machines, alsmede het verlenen van zorg aan dementerende ouderen. In 2019 verleent X tevens thuiszorg aan zijn buurvrouw, gefinancierd uit haar persoonsgebonden budget. De SVB betaalt de vergoedingen van in totaal € 41.600 uit op de zakelijke bankrekening van de eenmanszaak. X doet aangifte IB/PVV 2019 en rekent de PGB-inkomsten tot zijn winst uit onderneming. De inspecteur merkt de PGB-inkomsten aan als resultaat uit overige werkzaamheden. De rechtbank verklaart het beroep van X ongegrond. X gaat in hoger beroep.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de zorgwerkzaamheden naar hun aard te veel verschillen van de handelsactiviteiten om samen één objectieve onderneming te vormen. Zelfstandig bezien vormen de zorgwerkzaamheden evenmin een objectieve onderneming. X verricht de werkzaamheden slechts voor één opdrachtgever, loopt nagenoeg geen ondernemersrisico, geeft naar buiten geen bekendheid aan de zorgactiviteiten en zoekt niet naar andere cliënten. Het ontvangen van de vergoedingen op de zakelijke bankrekening en de inschrijving bij de Kamer van Koophandel doen hier niet aan af. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.90

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 5 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

13

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen