Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur geen onderzoekplicht had voordat hij de IB-navorderingsaanslag ging opleggen. Er is geen sprake van een ambtelijk verzuim. X heeft niet verzocht om een uitnodiging tot het doen van aangifte, terwijl hij daar wel toe verplicht was.

X woont in Zweden en bezit enkele in Nederland gelegen onroerende zaken. Hij remigreert in 2017 naar Nederland. Alhoewel X niet is uitgenodigd tot het doen van aangifte, dient zijn gemachtigde (spontaan) IB-aangiften 2011 - 2015 en 2017 - 2018 in. De aangifte voor het jaar 2016 stond klaar voor verzending, maar is door een softwarefout nooit verstuurd. Wel is door de gemachtigde van X verzocht om de aangifte 2016 op te nemen in de becon-regeling. De gemachtigde van X brengt de inspecteur in 2021 op de hoogte van het feit dat de IB-aangifte 2016 nooit is verstuurd, waarop de inspecteur een IB-navorderingsaanslag 2016 oplegt. X stelt dat sprake is van een ambtelijk verzuim. Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de inspecteur een ambtelijk verzuim heeft begaan door geen definitieve IB-aanslag 2016 op te leggen binnen de aanslagtermijn. De inspecteur had in het zicht van het einde van de aanslagtermijn het dossier van X moeten raadplegen of er een reden was om geen definitieve IB aanslag 2016 op te leggen. De inspecteur gaat in hoger beroep.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur geen onderzoekplicht had voordat hij de IB-navorderingsaanslag ging opleggen. Er is geen sprake van een ambtelijk verzuim. Het hof overweegt dat X niet heeft verzocht om een uitnodiging tot het doen van aangifte, waartoe hij was verplicht. Dat zijn gemachtigde er steeds voor koos om spontane aangiften in te dienen, en dat deze handelswijze is gesanctioneerd, doet niet af aan de verplichting om te verzoeken om een uitnodiging tot het doen van aangifte. Het risico dat er iets mis gaat bij de verzending van de aangifte komt dan voor rekening van X. Volgens het hof kan in een dergelijk geval van de inspecteur niet worden verwacht dat hij nader onderzoek doet. Het hof merkt verder nog op dat X bij de navordering niet in een nadeliger positie is komen te verkeren dan in de situatie waarin zijn gemachtigde de aangifte gewoon had ingediend. Wel vermindert het hof de aanslag nog omdat partijen het er over eens zijn dat deze te hoog is.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 16

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 5 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

13

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen