Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat A een ab heeft. Het vierde deel van het onverdeelde aandeel in 12 aandelen dat A heeft verkregen na het overlijden van Q vertegenwoordigt namelijk meer dan 5% van het geplaatste aandelenkapitaal.

X c.s. zijn de erfgenamen van hun moeder, A, die in 2021 overlijdt. A erfde in 2006 aandelen van haar moeder, Q. Door een ruzie tussen de erfgenamen zijn deze (twaalf) aandelen onverdeeld gebleven. A verkoopt haar onverdeelde aandeel in 2020 aan haar broer. In de IB-aangifte 2020 wordt een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang aangegeven. De inspecteur corrigeert dit en wijst het bezwaar af. In hoger beroep stellen X c.s. dat er helemaal geen sprake is van een ab.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep dat A een ab heeft. Het vierde deel van het onverdeelde aandeel in 12 aandelen dat A heeft verkregen na het overlijden van Q vertegenwoordigt namelijk meer dan 5% van het geplaatste aandelenkapitaal. Het hof verwerpt daarbij het betoog van X c.s. dat A niet het (volledige) economisch belang bij de aandelen in de onderneming heeft verkregen dat overeenkomt met 3 aandelen in de onderneming. Dat die aandelen niet op haar naam stonden geregistreerd en behoorden tot een gemeenschap van vier deelgenoten doet aan dat economische belang niet af. Het gelijk is aan de inspecteur.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 4.6

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 3 september

Informatiesoort: VN Vandaag

13

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen