X verricht werkzaamheden als gastouder en doet IB-aangifte 2021 met opbrengsten van € 47.531 en kosten van € 46.995. Omdat X deze kosten niet onderbouwt, staat de inspecteur uiteindelijk, op basis van NIBUD-cijfers, € 9930 aan kosten in aftrek toe.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat zij meer kosten heeft gemaakt dan de inspecteur al in aanmerking heeft genomen. De inspecteur handelt buitengewoon coulant door kosten in aanmerking te nemen waarvoor X geen afdoende onderbouwing geeft en geen bewijsstukken overlegt. Verder zijn de door de inspecteur in aanmerking genomen kosten reeds aanmerkelijk hoger dan de NIBUD-normbedragen, terwijl X daar zelfs nog fors boven zit, zonder deze te onderbouwen. Het gelijk is aan de inspecteur.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.95
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Inkomstenbelasting
Editie: 2 september
Informatiesoort: VN Vandaag