Hof Amsterdam oordeelt dat geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. De brief ‘Vermindering aanslag’ van 7 januari 2023 kan volgens het hof redelijkerwijs niet het vertrouwen wekken dat hiertegen beroep open staat.

X BV koopt in 2015 de aandelen in A BV. De activiteiten van A BV bestaan uit het houden en financieren van haar hoteldochtermaatschappijen. In verband met de verkoop van de aandelen worden de met Z gesloten hotelmanagement overeenkomsten beëindigd, waarvoor een beëindigingsvergoeding van € 5,5 mln. is verschuldigd. X BV brengt dit bedrag in aftrek op haar winst. De inspecteur acht aftrek niet mogelijk. Op het bezwaar van X BV wordt op 16 december 2022 uitspraak gedaan. Vervolgens volgt met dagtekening 7 januari 2023 een brief ‘Vermindering aanslag’, waarop op de achterzijde is vermeld ‘uitspraak op bezwaarschrift’. X BV gaat vervolgens, via haar gemachtigde, op 13 februari 2023 in beroep. Volgens de inspecteur is dit buiten de termijn en moet het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Rechtbank Noord-Holland acht de termijnoverschrijding verschoonbaar en verklaart het beroep ontvankelijk. De inspecteur gaat in hoger beroep.

Hof Amsterdam oordeelt dat geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. De brief ‘Vermindering aanslag’ van 7 januari 2023 kan volgens het hof redelijkerwijs niet het vertrouwen wekken dat hiertegen beroep open staat en dat daarom tegen de ‘echte’ uitspraak op bezwaar geen beroep hoeft te worden ingesteld. Het hof merkt daarbij op dat de tekst op de voorzijde van de brief nergens vermeldt en ook anderszins niet de indruk geeft van een uitspraak op bezwaar. Verder is het hof van mening dat een professioneel handelende rechtsbijstandsverlener als de gemachtigde ook moet weten dat het niet mogelijk is om, na een op het bezwaar gedane uitspraak, nogmaals uitspraak op bezwaar te doen. Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 6.11

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 8

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.25

Instantie: Hof Amsterdam

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 2 september

Informatiesoort: VN Vandaag

12

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen