Hof Arnhem-Leeuwarden bevestigt onder verwijzing naar de arresten van de Hoge Raad van 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:705, V-N 2024/28.4 en 14 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:860, V-N 2024/28.4, V-N 2024/29.8, dat bij de berekening van het werkelijk rendement in box 3 geen rekening hoeft te worden gehouden met het heffingvrije vermogen.

X overlijdt in 2022. Zijn erfgenamen dienen de aangiften IB/PVV 2020 en 2021 in met een box 3-inkomen berekend op basis van het Besluit rechtsherstel box 3. De aanslagen worden conform de aangiften vastgesteld. De erfgenamen maken bezwaar en verzoeken om een hoorgesprek. Na ingebrekestellingen biedt de inspecteur per e-mail hoormogelijkheden aan met een termijn van twee of drie dagen, waaronder telefonisch en via videobellen. De gemachtigde van de erfgenamen heeft echter een ernstige gehoorbeperking, waardoor enkel een fysiek hoorgesprek mogelijk is. De gemachtigde acht de termijn te kort en de reisafstand naar Breda onredelijk. De inspecteur doet uitspraak op bezwaar zonder de erfgenamen te horen. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de hoorplicht niet is geschonden en vermindert het box 3-inkomen tot het werkelijk rendement van € 5.102 (2020) en € 4.924 (2021), zonder aftrek van het heffingvrije vermogen. De erven gaan in hoger beroep.

Hof Arnhem-Leeuwarden bevestigt onder verwijzing naar de arresten van de Hoge Raad van 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:705, V-N 2024/28.4 en 14 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:860, V-N 2024/29.8, dat bij de berekening van het werkelijk rendement in box 3 geen rekening hoeft te worden gehouden met het heffingvrije vermogen. Ten aanzien van de hoorplicht oordeelt het hof dat de inspecteur de hoorplicht schendt door een onaanvaardbaar korte termijn te stellen voor een fysiek hoorgesprek. De inspecteur weet op dat moment dat de gemachtigde ernstige gehoorproblemen heeft, waardoor telefonisch of digitaal horen niet mogelijk is. De ingebrekestelling rechtvaardigt de korte termijn niet. Het hof wijst de zaak niet terug omdat partijen daarom verzoeken en terugwijzing slechts tot een herhaling van zetten leidt.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 7.2

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 25

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 5.5

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 2 september

Informatiesoort: VN Vandaag

29

Gerelateerde artikelen