Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de betwiste kostenposten bij een naheffingsaanslag parkeerbelasting binnen de verhaalbarekostenlimiet vallen. Het hof verhoogt wel de vergoeding voor bezwaarkosten naar € 666.

Op 21 mei 2023 constateert een scanauto dat X zijn auto parkeert zonder de vereiste parkeerbelasting te voldoen. De heffingsambtenaar legt een naheffingsaanslag op van € 70,80, bestaande uit € 2,20 parkeerbelasting en € 68,60 kosten. Rechtbank Overijssel vermindert de naheffingsaanslag tot € 69,87 en stelt de bezwaarkostenvergoeding vast op basis van € 310 per punt. In hoger beroep is in geschil of de doorberekende kosten bij de naheffingsaanslag binnen de verhaalbarekostenlimiet vallen en of de bezwaarkostenvergoeding juist is.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende inzicht verschaft in de ramingen van de doorberekende kosten. De betwiste kostenposten, waaronder kosten van parkeerautomaten, invorderingskosten, juridische ondersteuning, administratie, kapitaallasten en overheadkosten, hangen meer dan zijdelings samen met de inning van niet-betaalde parkeerbelasting en vallen binnen de verhaalbarekostenlimiet. Er bestaat daarom geen aanleiding de kosten van de naheffingsaanslag verder te verminderen. Het hof vernietigt de uitspraak van Rechtbank Overijssel ten aanzien van de bezwaarkostenvergoeding en stelt deze vast op € 666 overeenkomstig HR 12 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1060, V-N 2024/33.18.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Gemeentewet artikel 225

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Belastingen van lagere overheden, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 8 september

Informatiesoort: VN Vandaag

13

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen