X heeft de Nederlandse nationaliteit en woont tot januari 2006 officieel in Nederland. Daarna woont hij op Cyprus en in de VS. X is als IT-specialist betrokken bij grootschalige glasvezelprojecten. In 2020 ontvangt de inspecteur van de FIOD informatie over X uit een strafrechtelijk onderzoek naar een belastingadviseur. Op basis daarvan legt hij een tweede navorderingsaanslag IB/PVV 2007 op. Daarbij worden onder meer in aanmerking genomen: € 7,6 mln. als resultaat uit overige werkzaamheden wegens de overdracht van intellectuele eigendomsrechten inzake glasvezel, € 3,65 mln. als voordeel uit aanmerkelijk belang en € 55.500 als verkapte winstuitdeling. Rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigt de correctie van € 3,65 mln., omdat daar een even grote informele kapitaalstorting tegenover staat. X gaat in hoger beroep en de inspecteur stelt incidenteel hoger beroep in.
Hof s-Hertogenbosch oordeelt dat het voordeel uit aanmerkelijk belang van € 3,65 mln. is belast. X maakt niet aannemelijk dat er een informele kapitaalstorting in één van zijn vennootschappen is gedaan. Vragen op de zitting zijn slechts ontwijkend en in algemene termen beantwoord, zodat de door X geschetste gang van zaken – zonder enig bewijs van stukken – volstrekt ongeloofwaardig is. X heeft in 2007 intellectuele eigendomsrechten inzake glasvezel overgedragen voor € 7,6 mln. Ook oordeelt het hof dat X in 2007 in Nederland woont. De vereiste aangifte is niet gedaan, zodat de bewijslast wordt omgedraaid en verzwaard. De correcties zijn gebaseerd op redelijke schattingen. Het hoger beroep van X is ongegrond en het incidentele hoger beroep van de inspecteur is gegrond.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 4.12
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.90
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 16
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.75
Algemene wet bestuursrecht artikel 7.15
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 4 september
Informatiesoort: VN Vandaag