Rechtbank Gelderland oordeelt dat bij beroepen tegen het niet tijdig beslissen op aanvragen voor aanvullende schadevergoeding bij de Commissie Werkelijke Schade een nadere beslistermijn van 66 weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn geldt. De rechtbank wijkt daarmee af van de lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

X verzoekt op 19 mei 2025 om aanvullende schadevergoeding bij de Commissie Werkelijke Schade (CWS) in het kader van de herstelregeling kinderopvangtoeslag. De Dienst Toeslagen verlengt de beslistermijn met zes maanden, waardoor deze op 19 mei 2026 verstrijkt. Na het verstrijken van de beslistermijn stelt X de Dienst op 5 juni 2026 in gebreke. De Dienst neemt geen besluit binnen twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling op 8 juni 2026. X stelt vervolgens beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Ten tijde van de zitting neemt de Dienst nog steeds geen besluit. In geschil is welke nadere beslistermijn en welke rechterlijke dwangsom de rechtbank oplegt bij het niet tijdig beslissen op aanvragen voor aanvullende schadevergoeding bij de Commissie Werkelijke Schade.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat een beslistermijn van twee weken zonder dwangsom, zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hanteert, geen reëel perspectief biedt en op gespannen voet staat met het beginsel van effectieve rechtsbescherming. In navolging van Rechtbank Midden-Nederland past de rechtbank, in afwijking van de lijn van de Afdeling een nadere beslistermijn toe van 66 weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van 52 weken, aansluitend bij de gemiddelde doorlooptijd van ruim 118 weken. Daarnaast legt de rechtbank, eveneens in afwijking van de lijn van de Afdeling, een dwangsom op van € 50 per dag met een maximum van € 15.000. Deze dwangsom is  lager dan het beleid van het Landelijk Overleg Vakinhoud Bestuursrecht over de hoogte van dwangsommen van € 100 per dag, omdat onder de huidige omstandigheden een verlaagde dwangsom bij een langere beslistermijn nog steeds een effectieve prikkel vormt. X' beroep is gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 6.12

Algemene wet bestuursrecht artikel 6.2

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.55D

Instantie: Rechtbank Gelderland

Rubriek: Toeslagen en zorgverzekeringswet, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 3 september

Informatiesoort: VN Vandaag

12

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen