Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat Y in de jaren 2011 en 2012 over het vermogen van de SPF kon beschikken als ware het zijn eigen vermogen. Het is volgens het hof namelijk aannemelijk dat de bestuurder van de SPF niet onafhankelijk heeft kunnen handelen.

X en Y zijn getrouwd. Y richt in 1987 V NV op, een naamloze vennootschap naar Curaçaos recht. In 1999 wordt op verzoek van Y Stichting Particulier Fonds Q opgericht door M NV, gevestigd te Curaçao. Y schenkt vervolgens de aandelen V NV aan SPF Q. In 2012 verkoopt SPF Q haar bezittingen en ontvangt Y, na de ontbinding van SPF Q, een liquidatie-uitkering. In geschil is of de bezittingen van SPF Q aan Y moeten worden toegerekend, omdat hij feitelijk heeft kunnen beschikken over het vermogen van de SPF als ware het zijn eigen vermogen. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de bezittingen van SPF Q niet aan Y kunnen worden toegerekend. Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat aannemelijk is dat Y is blijven beschikken over het vermogen van SPF Q als ware het zijn eigen vermogen. Het vermogen van de SPF is onvoldoende afgescheiden van het vermogen van Y om de SPF fiscaalrechtelijk als bezitter van het vermogen en de genieter van het inkomen te beschouwen. In cassatie oordeelt de Hoge Raad dat het hof het verzoek van X en Y om bepaalde interne stukken van de Belastingdienst te overleggen ten onrechte tardief heeft verklaard en verwijst de zaak naar Hof Arnhem-Leeuwarden. Dit hof moet opnieuw beoordelen of Y over het vermogen van de SPF kon beschikken als ware het zijn eigen vermogen. In een tussenuitspraak oordeelt Hof Arnhem-Leeuwarden dat het verzoek van de inspecteur om beperkte kennisneming is gerechtvaardigd voor enkele passages en alinea’s.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat Y in de jaren 2011 en 2012 over het vermogen van de SPF kon beschikken als ware het zijn eigen vermogen. Het is volgens het hof namelijk aannemelijk dat K NV, de bestuurder van de SPF, niet onafhankelijk heeft kunnen handelen. Het hof wijst er daarbij onder ander op dat Y steeds in de positie was om een hem onwelgevallig bestuur te vervangen en te bepalen wie het bestuur van de SPF dan zou vormen. Hij was daarmee in staat om het beleid van de SPF te bepalen. Aan de omstandigheid dat K NV formeel bevoegd was besluiten te nemen, kent het hof slechts een geringe bewijskracht toe. De substantiële handelingen en beslissingen in de SPF zijn namelijk genomen op initiatief van Y. Voor de stukken die zijn ingebracht na de verwijzing door de Hoge Raad geldt dat zij niet leiden tot een ander oordeel, nu die stukken betrekking hebben op een ander geschilpunt, waaraan het hof niet toekomt.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 2.14A

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 4 september

Informatiesoort: VN Vandaag

19

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen