X is eigenaar van een twee-onder-één-kapwoning uit 1912 met een gebruiksoppervlakte van 124 m² op een perceel van 1187 m². De woning ligt in een wijk met voornamelijk villa's. De heffingsambtenaar stelt de WOZ-waarde op waardepeildatum 1 januari 2023 vast op € 1.051.000, met toepassing van de grondstaffel voor twee-onder-één-kapwoningen en een opwaartse correctie van 15% wegens bovengemiddelde ligging. X maakt bezwaar. De Rechtbank Den Haag vermindert de waarde tot € 930.000. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank de WOZ-waarde terecht heeft verminderd tot € 930.000 en of de grondstaffel en liggingscorrectie juist zijn toegepast.
Hof Den Haag oordeelt dat de heffingsambtenaar de opwaartse liggingscorrectie van 15% ten onrechte toepast, omdat de bovengemiddelde ligging reeds in de grondstaffel van de wijk is verdisconteerd. De grondwaarde op basis van de grondstaffel zonder deze correctie leidt echter nog steeds tot een waarde boven de beschikte waarde van € 1.051.000, zodat het ecarteren van de correctie X niet baat. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel ten aanzien van buurpanden faalt, omdat X geen identieke woningen met verwaarloosbare verschillen aannemelijk maakt. Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en bevestigt de uitspraak op bezwaar.
Wetingang:
Wet waardering onroerende zaken artikel 17
Wet waardering onroerende zaken artikel 22
Instantie: Hof Den Haag
Rubriek: Waardering onroerende zaken
Editie: 28 juli
Informatiesoort: VN Vandaag