X verkrijgt na een erfrechtelijke verdeling een onbebouwd perceel van 15.455 m². Het perceel bestaat uit een paardenweide van ongeveer 0,75 hectare en een akker van ongeveer 0,8 hectare. X stelt de akker ter beschikking aan een akkerbouwbedrijf dat op basis van jaarlijkse teelt- en afnamecontracten achtereenvolgens aardappelen, suikerbieten, snijmais en wintergerst verbouwt. X is ook eigenaar van een woning aan de overzijde van de weg, op ongeveer 45 meter afstand. De heffingsambtenaar stelt de WOZ-waarde voor 2023 vast op € 102.000. X maakt bezwaar. De heffingsambtenaar handhaaft de beschikking. Rechtbank Overijssel verklaart het beroep ongegrond. X stelt hoger beroep in.
In geschil is of de onroerende zaak twee afzonderlijke WOZ-objecten omvat, of deze een samenstel vormt met het huisperceel en of de cultuurgrondvrijstelling van toepassing is op de akker.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de paardenweide en de akker één WOZ-object vormen, omdat zij dezelfde eigenaar en gebruiker hebben en samen één kadastraal perceel vormen. De onroerende zaak en het huisperceel vormen geen samenstel, nu zij ongeveer 45 meter van elkaar liggen met een weg ertussen en geen waarneembare samenhang vertonen. De cultuurgrondvrijstelling is van toepassing op de akker van 0,8 hectare, omdat deze jaarlijks bedrijfsmatig voor akkerbouw wordt geëxploiteerd. Tijdelijk niet benutten gedurende de wintermaanden doet hieraan niet af. Het hof vermindert de WOZ-waarde tot € 49.000.
Wetingang:
Wet waardering onroerende zaken artikel 18
Wet waardering onroerende zaken artikel 16
Wet waardering onroerende zaken artikel 24
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Waardering onroerende zaken
Editie: 7 september
Informatiesoort: VN Vandaag
Dossiers: Agro