X doet aangifte IB/PVV 2019 naar een belastbaar inkomen van € 11.354, bestaande uit € 14.500 aan loon, € 354 aan resultaat uit overige werkzaamheden en € 3500 aan aftrek voor onderhoudsverplichtingen (alimentatie aan zijn ex-echtgenote). Daarnaast verrekent X € 3750 aan ingehouden loonheffing. De inspecteur wijkt af van de aangifte en accepteert het opgegeven loon, de verrekende loonheffing en de onderhoudsverplichting niet. In geschil is of de inspecteur terecht de verrekening van loonheffing en de aftrek van onderhoudsverplichtingen weigert bij de aanslag IB/PVV 2019.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X geen enkel bewijs heeft overgelegd dat in 2019 loonheffing door een inhoudingsplichtige is ingehouden en afgedragen, zodat verrekening van € 3750 terecht achterwege blijft. X draagt evenmin bewijs aan dat hij in 2019 alimentatie aan zijn ex-echtgenote voldoet. Een verwijzing naar stukken uit eerdere jaren volstaat niet, nu de aanvaardbaarheid van een aftrekpost per jaar moet worden beoordeeld. Ook X' beroepen op het vertrouwensbeginsel en het 'ne bis in idem'-beginsel slagen niet. De vergrijpboete wordt wel gematigd vanwege X' financiele omstandigheden.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.3
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Inkomstenbelasting
Editie: 7 september
Informatiesoort: VN Vandaag