Aflevering 16 van Fiscaal Weekblad FED verschenen. In deze aflevering zijn de volgende bijdragen opgenomen:
- Aansprakelijkstelling voor vergrijpboete mogelijk naast strafrechtelijke veroordeling voor feiten uit een ander jaar. Una via-beginsel niet van toepassing.
Het draait in deze zaak om de samenloop tussen een strafzaak en een aansprakelijkheid van een bestuurder van een vennootschap voor de niet-betaalde boete die was inbegrepen in de naheffingsaanslag waarvoor de bestuurder aansprakelijk was gesteld. De Hoge Raad oordeelt dat... - Ingehouden Liechtensteinse premies behoren tot loon Rijnvarende.
X is een Nederlandse Rijnvarende en werkt in 2016 en 2017 voor een Liechtensteinse vennootschap. Hij vraagt vrijstelling van premie volksverzekeringen en voorkoming van dubbele belasting. De inspecteur weigert dit, verwijzend naar een A1-verklaring van de SVB die stelt dat de Nederlandse... - De rechter overschrijdt de hem of haar toekomende vrijheid tot vermindering van een proceskostenvergoeding slechts als hij of zij in redelijkheid niet tot een zo vergaande vermindering van de vergoeding mocht besluiten.
Belanghebbende krijgt van het Hof voor de procedure in hoger beroep een proceskostenvergoeding van € 60 toegekend. Deze vergoeding is lager dan de standaardvergoeding volgens het puntensysteem van het BPB, omdat het Hof daarop een vermindering toepast. De redenen daarvoor zijn dat (i) toekenning... - De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van de CRvB, dat de Nederlandse socialeverzekeringswetgeving van toepassing is op X en Y, juist is. De klachten die zijn gericht tegen dit oordeel falen.
X en Y werken in 2016-2018 op een binnenvaartschip in België, Duitsland en Nederland voor Q GmbH, de werkgever gevestigd in Liechtenstein. Het binnenvaartschip heeft een in Nederland gevestigde eigenaar en exploitant. De SVB geeft A1-verklaringen af en verklaart de Nederlandse... - Bepalen redelijke termijn bij beperkte beschikbaarheid gemachtigde voor de zitting.
De Hoge Raad oordeelt dat vertragend procesgedrag van een belanghebbende of gemachtigde een bijzondere omstandigheid kan vormen die verlenging van de redelijke termijn rechtvaardigt. Daarbij is geen nadere belangenafweging vereist. De rechter moet vooral kijken naar het procesgedrag in de... - Uiterste termijn verzoek immateriële schadevergoeding.
De belanghebbende vroeg pas in hoger beroep om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het Hof wees dit af, omdat het verzoek volgens het Hof al bij de Rechtbank had moeten worden gedaan. De Hoge Raad oordeelt dat dit onjuist is: zo’n verzoek...
Producten: Fiscaal Tijdschrift FED
6