Het Gerecht oordeelt dat bij de schenking van haar onderneming door D.B. aan haar twee dochters geen sprake is van een algemeenheid van goederen. De aandelen vormen namelijk geen autonome eenheid van activa van die onderneming.

D.B. [Szytelbiecka] exploiteert en onderneming die zij, via schenking, wil overdragen aan haar twee dochters. De dochters zullen daartoe ieder 50% van de onderneming verkrijgen en deze onderneming van hun moeder inbrengen in de onderneming die zij reeds, in de vorm van een vennootschap onder firma, drijven. D.B. verzoekt de Poolse Belastingdienst om een fiscale ruling over de BTW-consequenties van de voorgenomen handelingen. Volgens de Belastingdienst is geen sprake van de overgang van het geheel van een algemeenheid van goederen (art. 19 BTW-richtlijn). D.B. is het hier niet mee eens. De Poolse rechter stelt een prejudiciële vraag in deze zaak. Het Hof van Justitie EU heeft de zaak doorgezonden naar het Gerecht.

Het Gerecht oordeelt dat bij de schenking van haar onderneming door D.B. aan haar twee dochters geen sprake is van een algemeenheid van goederen. De aandelen vormen geen autonome eenheid van activa van die onderneming. De twee dochters kunnen namelijk niet elk afzonderlijk een autonome economische activiteit uitoefenen. Dat de dochters van plan zijn om die aandelen in natura in te brengen in een vennootschap, waarvan zij de vennoten zijn, die een economische activiteit uitoefent, is dan niet van belang.

Wetingang:

Richtlijn 2006/112/EG van de Raad betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde artikel 19

Instantie: Gerecht van de Europese Unie

Rubriek: Omzetbelasting

Editie: 11 september

Informatiesoort: VN Vandaag

15

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen