Aanleiding is dat Nederland bij verdragsonderhandelingen steeds vaker stuit op de wens van ontwikkelingslanden om een bronheffing te mogen opleggen op betalingen voor diensten, ook als die diensten niet in het betreffende land zijn verricht. Onder het huidige beleid is Nederland slechts in beperkte gevallen bereid een dergelijke heffing te accepteren: alleen bij technische diensten, in relatie tot de armste ontwikkelingslanden en voor zover de diensten daar daadwerkelijk zijn verricht. Daardoor blijkt het regelmatig lastig om tot overeenstemming over nieuwe of herziene belastingverdragen te komen.
De voorgestelde wijziging maakt het mogelijk dat Nederland bij onderhandelingen met alle ontwikkelingslanden binnen een aanvaardbaar totaalcompromis kan instemmen met een beperkte bronstaatheffing op betalingen voor alle soorten diensten. Daarbij moet het risico op excessieve belastingheffing wel zo veel mogelijk worden beperkt, onder meer door het tarief af te stemmen op de verwachte winstmarge. Bij voorkeur krijgen belastingplichtigen daarnaast de mogelijkheid te kiezen voor belastingheffing op nettobasis. Met de voorgestelde wijziging vervalt tevens het vereiste dat de dienst in het ontwikkelingsland is verricht.
Belangstellenden kunnen tot 23 oktober 2026 reageren op de internetconsultatie.
Rubriek: Internationaal belastingrecht
Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën
Editie: 11 september
Informatiesoort: VN Vandaag