Hof Den Haag oordeelt dat de heffingsambtenaar niet aannemelijk maakt dat de WOZ-waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld, omdat onvoldoende rekening is gehouden met het uit een funderingsonderzoeksrapport blijkende verhoogde risico op funderingsschade.

X is eigenaar van een woning uit 1929. De heffingsambtenaar onderbouwt de WOZ-waarde voor 2024 met een waarderapport en drie vergelijkingsobjecten. X dient een Quickscan Risicobeoordeling van het Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek in waaruit blijkt dat de voorgevel voorover helt, het huizenblok naar rechts verzakt en kleine scheuren in de voorgevel aanwezig zijn. Voor de woning geldt een gemiddeld risico met het advies de situatie nauwlettend te monitoren en de woning niet te verzwaren. Rechtbank Den Haag vermindert de WOZ-waarde en de heffingsambtenaar stelt hoger beroep in.

Hof Den Haag oordeelt dat de heffingsambtenaar niet aan zijn bewijslast voldoet en dat X aannemelijk maakt dat sprake is van een verhoogd risico op funderingsschade. Het enkele bestaan van dit risico brengt reeds een waardevermindering met zich. Bij de vergelijkingsobjecten blijkt niet van een dergelijk verhoogd funderingsrisico, zodat met dit onderlinge verschil rekening gehouden moet worden bij de waardevaststelling. Het eigen aankoopcijfer reflecteert het risico evenmin, gelet op de geloofwaardige verklaring van X over het overhaaste aankoopproces. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet waardering onroerende zaken artikel 17

Instantie: Hof Den Haag

Rubriek: Waardering onroerende zaken

Editie: 22 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

111

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen