X dient een aangifte BPM in voor de registratie van een gebruikte Audi Q3 uit Polen (datum eerste toelating 29 september 2020) en voldoet € 5823 aan BPM. Domeinen Roerende Zaken voert een nacontrole uit en komt tot een hogere historische nieuwprijs (€ 127.309) en een hogere handelsinkoopwaarde (€ 55.819). De inspecteur verwerpt het taxatierapport van X en legt een naheffingsaanslag op van € 9869 met € 20 belastingrente. X stelt beroep in en voert aan dat de inspecteur een onjuiste historische nieuwprijs hanteert. In geschil is of de naheffingsaanslag BPM terecht en tot de juiste hoogte is opgelegd.
Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur een onjuiste historische nieuwprijs hanteert. Met de juiste historische nieuwprijs van € 143.248 en een handelsinkoopwaarde van € 45.204 bedraagt de verschuldigde BPM € 9030. Na aftrek van het op aangifte betaalde bedrag van € 5823 resteert een naheffing van € 3207. De rechtbank acht de berekening van X juist en vermindert de naheffingsaanslag dienovereenkomstig. De overige grieven van X, waaronder de Unierechtelijke bezwaren tegen de heffing, de gestelde schending van de hoorplicht en het verdedigingsbeginsel, falen.
Wetingang:
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 6
Instantie: Rechtbank Den Haag
Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen
Editie: 22 juli
Informatiesoort: VN Vandaag