De Kennisgroep onroerende zaken en de Kennisgroep successiewet hebben verduidelijkt dat de verlaging van de WOZ-waarde met € 20.000 per woning ook kan worden toegepast als een gebouw met afzonderlijk verhuurde woningen niet daadwerkelijk is gesplitst, terwijl splitsing wel mogelijk zou zijn.

Doorslaggevend is volgens de kennisgroep niet of splitsing mogelijk is, maar of die splitsing feitelijk heeft plaatsgevonden.

De casus betreft een pand met meerdere zelfstandig verhuurde woningen waarvoor op grond van de Wet WOZ afzonderlijke WOZ-waarden zijn vastgesteld. De woningen vallen in box 3 en de verhuur valt onder de huurbescherming. De vraag is of de vermindering van € 20.000 uit art. 17a lid 4 Uitv.besl. IB 2001 en art. 10a lid 4 Uitv.besl. SW 1956 ook geldt wanneer het pand nog niet is gesplitst.

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 5.20

Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956 artikel 10A

Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 artikel 17A

Successiewet 1956 artikel 21

[Nieuwsbron]

Rubriek: Inkomstenbelasting, Waardering onroerende zaken, Schenk- en erfbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 22 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

14

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen