Een ouder kan gedupeerd zijn op basis van drie gronden: 1) vooringenomenheid, 2) hardheid van het stelsel, of 3) een onterechte kwalificatie opzet of grove schuld. De toetsing van gedupeerdheid op basis van deze gronden is volgordelijk. Dit betekent dat als een ouder gedupeerd is op basis van individuele vooringenomenheid (de gedupeerdheidsgrond waaronder non-respons valt) er niet meer wordt getoetst of een ouder ook gedupeerd is op basis van de andere gronden. Daarnaast is non-respons slechts één van de redenen om als gedupeerde te worden aangemerkt op basis van individuele vooringenomenheid. Dat is echter niet getoetst als al sprake was van gedupeerdheid vanwege non-respons. Voor een volledige en correcte beoordeling moet voor elk jaar dat een ouder als gedupeerde is aangemerkt worden vastgesteld of ook sprake is van andere gronden voor gedupeerdheid. Volgens de staatssecretaris kan dit niet uit de huidige dossiers worden afgeleid, omdat dit niet eerder is onderzocht en hierover niet is doorgevraagd in het ouderverhaal. Daarom kan niet worden vastgesteld hoeveel ouders mogelijk ten onrechte zijn gecompenseerd zonder een nieuwe integrale beoordeling. Dat is volgens de staatssecretaris niet uitvoerbaar en onwenselijk voor de betreffende ouders.
Rubriek: Toeslagen en zorgverzekeringswet
Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën
Editie: 10 september
Informatiesoort: VN Vandaag