Een echtpaar, beiden met pensioen. Zij heeft alleen AOW. Hij heeft daarnaast, als gevolg van een ontslagronde, van meerdere werkgevers een aanvullend pensioen.

In december 2025 krijgen ze post van de Dienst Toeslagen. De zorgtoeslag voor 2026 bedraagt € 784, oftewel € 65 per maand. De huurtoeslag bedraagt € 1344, oftewel € 112 per maand. Deze bedragen zijn gebaseerd op een gezamenlijk inkomen van € 31.000.

In april blijkt op basis van de eerste ‘loonstrookjes’ dat het inkomen in 2026 € 300 bruto hoger uitvalt dan de schatting. De impact hiervan is op jaarbasis € 69 minder huurtoeslag (het jaarbedrag komt uit op € 1275) en € 42 minder zorgtoeslag (het jaarbedrag komt uit op € 742). Om terugbetaling van € 111 aan het einde van het jaar te voorkomen, wordt het inkomen aangepast.

In juli volgt de jaarlijkse huurverhoging. De Dienst Toeslagen reageert adequaat en verhoogt ‘automatisch’ de huurtoeslag. De extra huur van € 120 in 2026 levert € 87 meer huurtoeslag op (het jaarbedrag komt uit op € 1362).

Dan volgen de brieven van de pensioenfondsen. Goed nieuws: de pensioenbedragen worden geïndexeerd. Maar dat is niet alles, want ook als gevolg van de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel wijzigt het inkomen. Vanwege indexaties, de nieuwe regels en (al dan niet eenmalige) compensaties valt het inkomen in 2026 maar liefst € 2000 bruto hoger uit. De impact op de toeslagen: de huurtoeslag komt uit op € 946, de zorgtoeslag op € 482. Ik verduidelijk, het effect van de pensioenstijging van € 2000 bruto op alleen de toeslagen is € 676 netto.

Dit microvoorbeeld laat zien dat kleine wijzigingen vanwege het inkomensafhankelijke karakter van de regelingen grote financiële gevolgen kunnen hebben. Nu kwam dit stel er tijdens het jaar achter. Het gevolg is dat de toeslagen voor de rest van het jaar worden stopgezet. Het flauwe argument is dan natuurlijk dat het stel uit mijn voorbeeld aan het begin van het jaar te veel heeft ontvangen. Dit is echter feitelijk onjuist, aangezien de inkomensstijging zich pas in het tweede halfjaar voordoet. Het tegenargument dan is natuurlijk dat door het hogere inkomen er ook geen reden is voor toeslag in het tweede deel van het jaar. Dat moge zo zijn, maar wonen is een eerste levensbehoefte. Stel dat zij er pas na het einde van het jaar achter zouden komen dat het inkomen is gestegen (en ik vermoed dat dat in veel gevallen zo zal zijn), dan is de conclusie dat zij € 700 aan toeslag moeten terugbetalen. Ik ga ervan uit dat de toeslagbedragen in die gevallen niet gespaard maar geconsumeerd zijn. De terugbetaling concurreert in dat geval met de lopende verplichtingen. Ik herhaal: wonen is een eerste levensbehoefte.

Mijn column bevat geenszins kritiek op de uitvoeringsorganisatie, maar wel op de kwetsbaarheid die het inkomensafhankelijk maken van regelingen met zich brengt. Ik pleit daarom in het algemeen voor minder inkomensafhankelijke regelingen. En specifiek voor de toeslagen: schat in december het inkomen voor het komend jaar. Dat bedrag is direct definitief en hoeft niet terugbetaald te worden.

Informatiesoort: Uitvergroot

Rubriek: Toeslagen en zorgverzekeringswet

Focus: Focus

945

Gerelateerde artikelen