X is eigenaar van veertien woningen en maakt op 11 maart 2021 bezwaar tegen de WOZ-beschikkingen en aanslagen OZB 2021. Het bezwaarschrift bevat de zinsnede "en uitdrukkelijk ook alle andere aanverwante/gerelateerde lokale heffingen en belastingen, onder welke titel dan ook", maar bevat uitsluitend gronden die zien op de WOZ-waarden. De rechtbank verklaart het beroep voor twee objecten gegrond, kent € 1185 proceskostenvergoeding toe maar wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af. In hoger beroep dient de gemachtigde een wrakingsverzoek in dat hij later intrekt en verzoekt na sluiting van het onderzoek om heropening. In geschil is of de procesvoering van de gemachtigde gevolgen heeft voor de beoordeling en of de rechtbank ten onrechte het verzoek om immateriële schadevergoeding heeft afgewezen en een te lage bezwaarkostenvergoeding heeft toegekend.
Hof Amsterdam oordeelt dat de gemachtigde procedeert in strijd met hetgeen van een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener mag worden verwacht. Daarbij overlaadt de gemachtigde de wederpartij en de rechter met niet ter zake doende stellingen. Het hof gaat daarom uitsluitend in op tijdig en duidelijk in gedingstukken naar voren gebrachte argumenten. De vastgestelde WOZ-waarden worden gehandhaafd. Het hof verklaart het beroep gegrond, ziet in het beroep op betalingsonmacht griffierecht onvoldoende aanleiding de redelijke termijn te verlengen, stelt een overschrijding van twaalf maanden vast en kent € 1000 immateriële schadevergoeding toe.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 7.15
Wet waardering onroerende zaken artikel 17
Wet waardering onroerende zaken artikel 30A
Instantie: Hof Amsterdam
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 10 september
Informatiesoort: VN Vandaag