Hof Den Haag oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat hij terecht uitgaven voor specifieke zorgkosten in aftrek brengt, nu hij geen bewijsstukken van de gestelde tandartskosten overlegt.

X doet aangifte IB/PVV 2021 en houdt daarbij rekening met een bedrag van € 409 aan specifieke zorgkosten (tandartskosten) en € 1500 aan restant persoonsgebonden aftrek. De inspecteur legt de aanslag op naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 35.860 zonder rekening te houden met deze aftrekposten. X beschikt enkel over tandartsrekeningen uit 2017. Rechtbank Den Haag verklaart het beroep ongegrond. X gaat in hoger beroep.

Hof Den Haag oordeelt dat op X de bewijslast rust om aannemelijk te maken dat hij terecht uitgaven voor specifieke zorgkosten in aftrek brengt. X overlegt ook in hoger beroep geen bewijsstukken van de gestelde tandartskosten, zodat niet vaststaat dat die kosten zijn gemaakt en op hem drukken. Het hoger beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.17

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.1

Instantie: Hof Den Haag

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 16 september

Informatiesoort: VN Vandaag

16

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen