X dient een aangifte BPM in voor de registratie van een gebruikte VW Tiguan uit een andere EU-lidstaat, met een historische nieuwprijs van € 45.507 en een verschuldigde BPM van € 1614. Na een schouw stelt DRZ de historische nieuwprijs vast op € 42.254 en de handelsinkoopwaarde op € 24.230. Op basis daarvan legt de inspecteur een naheffingsaanslag op van € 2765. X maakt bezwaar, maar de inspecteur handhaaft de naheffingsaanslag. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk wegens vermeende gebreken in de machtiging. In geschil is of de rechtbank het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaart en of de naheffingsaanslag BPM tot het juiste bedrag is vastgesteld.
Hof Amsterdam oordeelt dat de rechtbank het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaart, omdat ten tijde van de zitting een geldige schriftelijke machtiging voorligt en artikel 8:24, lid 2, Awb geen eisen aan een schriftelijke machtiging stelt. Inhoudelijk stelt het hof de historische nieuwprijs vast op € 42.516 op basis van de netto catalogusprijs van € 28.877 vermeerderd met omzetbelasting en bruto BPM. De handelsinkoopwaarde stelt het hof vast op € 21.916 met toepassing van de koerslijstmethode, inclusief bijstellingen voor markt- en dealersituatie van vijftien procent. Het hof vermindert de naheffingsaanslag tot € 2290.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.24
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.5
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 10
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 19A
Instantie: Hof Amsterdam
Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen
Editie: 16 september
Informatiesoort: VN Vandaag