Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de exploitant van kansspelautomaten niet aannemelijk maakt dat de last door de wetswijziging zich bij haar sterker heeft laten voelen dan in het algemeen.

X BV is onderdeel van een concern dat casino’s en speelhallen exploiteert. X BV is houder van de vergunning tot het exploiteren van de automaten en is daarmee belastingplichtig voor de kansspelbelasting (KSB). Tot en met 30 juni 2008 werd de omzet van de automaten in de BTW-heffing betrokken. Vanaf 1 juli 2008 is zij 29% kansspelbelasting verschuldigd over het bruto spelresultaat. Volgens X BV leidt het nieuwe regime tot een individuele en buitensporige last. Rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaart de beroepen ongegrond. X BV gaat in hoger beroep.

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat X BV niet aannemelijk maakt dat de last door de wetswijziging zich bij haar sterker heeft laten voelen dan in het algemeen (vgl. HR 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:511, V-N 2018/20.3). Weliswaar heeft X BV in 2009 tot en met 2011 verliezen geleden, maar deze zijn niet alleen veroorzaakt door de wetswijziging. De stelling van X BV dat zij vanwege de omvang en geografische ligging van haar casino’s en speelautomatenhallen door de wetswijzing harder is getroffen dan andere exploitanten, is niet onderbouwd met concrete en verifieerbare gegevens. Daarnaast vormen het door X BV in 2019 uitgekeerde dividend van € 167.233 en de verkoop van X BV in 2017 voor ruim € 9 mln. contra-indicaties voor het aannemen van een individuele en buitensporige last. Het hoger beroep van X BV is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de kansspelbelasting artikel 1

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Kansspelbelasting, Belastingrecht algemeen

Editie: 2 november

Informatiesoort: VN Vandaag

6

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen