Bij een routinecontrole stellen de Oekraïense belastingautoriteiten vast dat X brandstof en alcoholhoudende dranken heeft verkocht en daarbij een kassa heeft gebruikt die niet aan de vereiste voorwaarden voldoet. Aan X wordt daarom een boete opgelegd van € 1,6 mln. X acht dit onevenredig, omdat de boete 200% van de waarde van de verkochte goederen bedraagt. De rechters in eerste en tweede aanleg zijn het met X eens. Zij wijzen er op dat het bedrag van de boete bijna driemaal hoger is dan de totale activa van de onderneming. Verder achten zij de sanctie buitensporig, aangezien de overtreding door X zelf is hersteld en er geen schade aan het algemeen belang is die in verhouding staat tot de zwaarte van de opgelegde sanctie. Naar aanleiding van het beroep in cassatie besluit het Oekraïense Hooggerechtshof advies te vragen aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en de nationale procedure te schorsen in afwachting van het antwoord. De Grote Kamer van het EHRM aanvaardt het verzoek van het Oekraïense Hooggerechtshof om advies te vragen over de boete van € 1,6 mln.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geeft in een advisory opinion aan dat bij het opleggen van financiële sancties wegens niet-naleving van belastingwettelijke vereisten een redelijk evenwicht moet worden gevonden tussen de eisen van het algemeen belang van de gemeenschap en de vereisten ter bescherming van de fundamentele rechten van het individu. Hierbij hebben de staten een ruime beoordelingsvrijheid. De criteria waaraan kan worden getoetst of sprake is van een redelijk evenwicht zijn volgens het EHRM: de keuze van de middelen die zijn ingezet om het nagestreefde doel te bereiken en de geschiktheid daarvan voor die doelen, de impact van de ingezette middelen op het betreffende bedrijf en het gedrag van het bedrijf. Verder merkt het EHRM op dat het gebruik van automatische sancties niet is verboden. Wel moeten belastingplichtigen een dergelijke beslissing die hen raakt aan een rechter kunnen voorleggen. Er is geen bijzondere bevoegdheid voor rechters om een automatische sanctie te verlagen, noch zijn staten verplicht om ervoor te zorgen dat zij een dergelijke bevoegdheid hebben. Oplossingen moeten worden gevonden in het nationale rechtsstelsel.
Wetingang:
Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden artikel 6
Rubriek: Europees belastingrecht, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Regelgevende instantie: Europese Unie
Editie: 2 november
Informatiesoort: VN Vandaag