Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat de navorderingsaanslag terecht is opgelegd omdat de inspecteur pas tijdens de behandeling van het bezwaarschrift bekend is geworden met de verzwegen buitenlandse spaar- en beleggingsrekeningen.

Belanghebbende, X, maakt bezwaar tegen de primitieve aanslag IB/PVV 2014. Omdat uit nader opgevraagde informatie blijkt dat X een aantal buitenlandse bank- en spaarrekeningen niet heeft vermeld in zijn aangifte, legt de inspecteur een navorderingsaanslag op met vergrijpboete.

Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt in navolging van de rechtbank dat op grond van het belastingverdrag met Duitsland X fiscaal inwoner is van Nederland. Dit betekent dat X als binnenlands belastingplichtige zijn wereldinkomen dient aan te geven. Pas tijdens de behandeling van het bezwaarschrift is de inspecteur bekend geworden met de buitenlandse spaar- en beleggingsrekeningen van X, daarom is er sprake van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt. Omdat X bewust onjuiste aangifte heeft gedaan wordt de vergrijpboete vastgesteld op € 7726 te verminderen met 20% naar € 6180 wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het hoger beroep van de inspecteur is gegrond en het hoger beroep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 16

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 27E

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67E

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen artikel 4

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting

Editie: 30 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

0

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen