X is van 15 februari 2024 tot 28 oktober 2025 kentekenhouder van een kampeerauto. De RDW beëindigt de tenaamstelling per 28 oktober 2025. Aan X wordt een MRB-naheffingsaanslag opgelegd over het tijdvak 10 januari 2025 tot en met 9 april 2025. X stelt dat hij de naheffingsaanslag niet hoeft te betalen omdat hij de auto in augustus 2024 in Spanje heeft verkocht. Volgens de inspecteur was X kentekenhouder tot 28 oktober 2025 en dus verplicht om de MRB te betalen.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat X MRB verschuldigd is tot 28 oktober 2025, omdat het kenteken tot die datum op zijn naam staat. De RDW heeft de tenaamstelling pas per die datum beëindigd na de uitleg van X dat hij de kampeerauto in augustus 2024 in Spanje had verkocht. De RDW heeft daarbij opgemerkt dat zij niet de mogelijkheid heeft om het kentekenhouderschap met terugwerkende kracht aan te passen. De rechtbank is het met de RDW eens dat het kentekenregister moet worden gevolgd. X is de MRB verschuldigd. De naheffingsaanslag blijft in stand.
Wetingang:
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 artikel 6
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 artikel 7
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen
Editie: 2 november
Informatiesoort: VN Vandaag