De Hoge Raad oordeelt dat een nog niet eerder geregistreerde auto als nieuw heeft te gelden, maar dat dit niet betekent dat een wél geregistreerde auto altijd als gebruikt moet gelden.

X BV doet BPM-aangifte voor een gebruikte personenauto. Volgens Hof 's-Hertogenbosch moet onder een nieuwe auto worden verstaan een auto die na de vervaardiging ervan niet of nauwelijks in gebruik is geweest. Het feit dat de auto voorafgaand aan de overbrenging naar Nederland in een andere EU-lidstaat al op kenteken is gezet, houdt niet in dat deze reeds hierdoor een gebruikte auto is (zie HR 27 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:78, V-N 2017/7.20 en ECLI:NL:HR:2017:79, V-N 2017/7.21). De naheffingsaanslag is dus terecht opgelegd. X BV gaat in cassatie.

De Hoge Raad oordeelt dat een nog niet eerder geregistreerde auto als nieuw heeft te gelden, maar dat dit niet betekent dat een wél geregistreerde auto altijd als gebruikt moet gelden. De criteria uit de rechtspraak van het HvJ EU (19 december 2013, X, C-437/12, ECLI:EU:C:2013:857, V-N 2014/2.18) bevatten geen aanwijzing dat de eerste registratie in een andere EU-lidstaat van een vervolgens naar Nederland overgebrachte nieuwe auto voor de BPM-heffing per definitie betekent dat zo'n auto vanwege die registratie heeft te gelden als een gebruikte auto en (dus) vergelijkbaar is met een gebruikte binnenlandse auto. Het beroep van X BV is ook voor het overige ongegrond (zie art. 81 lid 1 Wet RO). De Hoge Raad ziet geen aanleiding prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ EU.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 10

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie artikel 110

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen

Editie: 26 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

14

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen