Een belastingambtenaar constateert dat een auto van X CV zonder kentekenplaat op de openbare weg geparkeerd staat. De inspecteur legt daarom een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting op met een verzuimboete van € 420. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, vermindert de verzuimboete naar € 357, kent X CV een immateriëleschadevergoeding (ISV) toe en wijst een verzoek om ontheffing van het griffierecht af. In hoger beroep oordeelt het hof onder andere over de vraag of het griffierecht terecht is geheven en of recht bestaat op een vergoeding voor kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Hof Amsterdam (V-N 2025/16.1.6) wijst het verzoek van X CV tot ontheffing van de verschuldigdheid van het griffierecht vanwege betalingsonmacht af. X CV geeft onvoldoende inzicht in haar inkomens- en vermogenspositie ten tijde van de verschuldigdheid van het griffierecht of in de financiële positie van haar beherend vennoot en diens bestuurder. De rechtbank heeft een vergelijkbaar verzoek terecht afgewezen. Met betrekking tot de boete volgt het hof het nieuwe standpunt van de inspecteur dat de boete moet worden verminderd tot € 178. Het hof oordeelt verder dat de gemachtigde van X CV geen beroepsmatige rechtsbijstand verleent, maar kent wel een vergoeding voor reiskosten toe. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraken van Hof Amsterdam 15 augustus 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:2295 en CRvB 30 april 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1441). De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk, omdat het duidelijk niet kan slagen (art. 80a lid 1 Wet RO).
Wetingang:
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 artikel 69
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 artikel 67
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67C
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.41
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.75
Instantie: Hoge Raad
Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 6 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag