X koopt op 20 september 2022 voor € 910.000 een vrijstaande woning op Schiermonnikoog, terwijl de vraagprijs € 735.000 bedraagt. De heffingsambtenaar stelt de WOZ-waarde per waardepeildatum 1 januari 2023 vast op € 907.000 en legt de aanslag onroerendezaakbelastingen 2024 op. De geïndexeerde koopprijs bedraagt € 901.436. X maakt bezwaar en bepleit een waarde van € 663.000. De heffingsambtenaar verklaart het bezwaar ongegrond en handhaaft de WOZ-waarde. X stelt beroep in. In geschil is of de heffingsambtenaar de WOZ-waarde van de woning per waardepeildatum 1 januari 2023 te hoog vaststelt op € 907.000.
Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de door X betaalde koopprijs, ondanks emotionele aankoopredenen, bruikbaar is voor het bepalen van de WOZ-waarde. De heffingsambtenaar maakt aannemelijk dat de WOZ-waarde hoger ligt dan de geïndexeerde koopprijs. Volgens vaste rechtspraak weerspiegelt een eigen koopprijs rond de waardepeildatum in de regel de waarde in het economisch verkeer. De gestelde onderhoudstoestand acht de rechtbank verdisconteerd in de geïndexeerde koopprijs. X slaagt niet in haar bewijslast. X' beroep is ongegrond.
Wetingang:
Wet waardering onroerende zaken artikel 17
Instantie: Rechtbank Noord-Nederland
Rubriek: Waardering onroerende zaken
Editie: 16 september
Informatiesoort: VN Vandaag
Uitsluiting Nieuwsbrief: Uitsluiting Nieuwsbrief