Het kabinet ziet voorlopig geen breed politiek draagvlak voor aanpassing van box 3 en vraagt de Eerste Kamer daarom de behandeling van de Wet werkelijk rendement box 3 aan te houden. Dat laten minister Heinen van Financiën en staatssecretaris Eerenberg van Financiën weten in een brief aan beide Kamers over de voortgang van box 3.

Doorontwikkeling

Het uitgangspunt van het kabinet blijft de invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 per 1 januari 2028. Om dit tot een sluitend einde te brengen, zijn in de brief vier verschillende scenario's geschetst. Het betreft vier afwijkingen van het standaardpad, te weten:

  1. het verbeteren en aanpassen van het huidige wetsvoorstel, door maatregelen te nemen zoals een carry-back of faciliteiten voor duurzaam beleggen;
  2. het doorvoeren van de Wet werkelijk rendement box 3 per 1 januari 2028 als tussenstap, om vervolgens alsnog een doorontwikkeling te maken naar een volledige vermogenswinstbelasting;
  3. het intrekken van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 om vervolgens in 2030 over te stappen op een volledige vermogenswinstbelasting; en
  4. het uitbreiden van de vermogenswinstbelasting per 1 januari 2028 naar alle financiële instrumenten (aandelen, obligaties, opties, enz.).

Omdat alle opties leiden tot substantiële budgettaire derving en politieke steun ontbreekt, wil het kabinet de komende periode met beide Kamers in overleg om te komen tot een breed gedragen keuze voor de toekomst van box 3.

De brief is te vinden op www.open.overheid.nl.

Bron: Open Overheid

Informatiesoort: Nieuws

Dossiers: Prinsjesdag 2026

Rubriek: Belastingrecht algemeen, Inkomstenbelasting

151

Gerelateerde artikelen