X verzoekt om zekerheid vooraf over de toepassing van de Wet minimumbelasting 2024 (Wmb 2024). Daarbij staat de vraag centraal of Z, een indirecte aandeelhouder van X die in volledig eigendom is van een buitenlandse staat, kwalificeert als een staatsinvesteringsfonds dat een overheidsentiteit is. Als dat het geval is, kwalificeert Z niet als uiteindelijke moederentiteit van de groep voor de toepassing van de Wmb 2024.

X maakt deel uit van een internationale industriële groep waarvan Z de hoogste consoliderende entiteit is. De Belastingdienst neemt het verzoek aanvankelijk in behandeling, omdat het op voorhand aan de voorwaarden voor vooroverleg lijkt te voldoen. Tijdens de behandeling ontstaat bij X echter twijfel over de juiste duiding van de activiteiten en functie van Z. X besluit daarop het verzoek in te trekken. Er komt geen vaststellingsovereenkomst tot stand.

Wetingang:

Wet minimumbelasting 2024 artikel 1.2

Wet minimumbelasting 2024 artikel 1.2

[Nieuwsbron]

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Internationaal belastingrecht, Inkomstenbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 20 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

10

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen