De Staatssecretaris van Financiën heeft het eerste integrale beleidsbesluit bij de Wet minimumbelasting 2024 (Wet MB 2024) gepubliceerd. Het besluit bundelt eerder gepubliceerde kennisgroepstandpunten en overige beleidsuitingen en geeft nadere uitleg over de toepassing van de Nederlandse implementatie van de mondiale minimumbelasting (Pijler 2).

Het besluit bevat onder meer verduidelijkingen over diverse kernbegrippen uit de Wet MB 2024. Zo wordt toegelicht wanneer een commanditaire vennootschap als entiteit kwalificeert, hoe het begrip overheid moet worden uitgelegd en wanneer sprake is van een doorkijkentiteit, non-profitorganisatie of vaste inrichting.

Verder verduidelijkt het besluit de behandeling van interne overdrachten van belangen in laagbelaste groepsentiteiten. In die situaties moet de inkomen-inclusiebijheffing naar evenredigheid worden toegerekend aan de betrokken moederentiteiten. Ook wordt bevestigd dat de opbrengstbelasting en vastgoedbelasting op de BES-eilanden als betrokken belastingen kwalificeren voor de minimumbelasting.

Daarnaast bevat het besluit uitleg over de antimisbruikbepaling voor gestructureerde hybride regelingen bij de tijdelijke CbCR-veiligehavenregel. Het enkele bestaan van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting leidt niet automatisch tot toepassing van deze bepaling. Ook wordt toegelicht onder welke omstandigheden groepsentiteiten gebruik kunnen blijven maken van de kwalificerende binnenlandse bijheffing-veiligehavenregel bij incidenteel afwijkende verslagjaren.

Met het besluit geeft het kabinet uitvoerings- en interpretatierichtlijnen voor de toepassing van de Wet MB 2024, die grotendeels aansluiten bij de OESO-modelregels, het OESO-commentaar en de administratieve richtsnoeren van het Inclusive Framework.

Het besluit treedt in werking op 26 september 2026.

[Nieuwsbron]

Rubriek: Belastingrecht algemeen

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 28 september

Informatiesoort: VN Vandaag

4

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen